Geschiedenis

Haren
Op 4 augustus 1914 vielen Duitse troepen België binnen.  Hun zoektocht naar een geschikt terrein om een luchtschiploods te bouwen, bracht hen naar een vlakte op het grondgebied van Haren en Evere.  In februari 1915 was de Berlijnse firma Arthur Mueller Ballonhallenbau klaar met de constructie van een Zeppelinloods.  Op 7 juni 1915 vernielden de bommen van Flight Sub-Lieutenant J.S. Mills het luchtschip LZ 38 dat door motorproblemen was teruggekeerd naar Haren.  De gedeeltelijk door het vuur verteerde Zeppelinloods werd binnen de twee maanden hersteld maar de kwetsbare luchtschepen werden er niet meer gestald.  Na de wapenstilstand van 11 november 1918 begon de Belgische Militaire Luchtvaart het terrein en de achtergelaten infrastructuur te gebruiken.  In de Zeppelinloods die pas in 1923 werd afgebroken, kregen de achtergelaten Duitse vliegtuigen een plaats.  Sommige van deze vliegtuigen zouden gebruikt worden voor de eerste burgerlijke luchtdopen vanop Haren.

Het Belgische koningshuis interesseerde zich al zeer vroeg voor de prille luchtvaart.  Koning Albert I tekende op 31 maart 1919 de oprichtingsakte van de SNETA (Syndicat National pour l'Etude des Transport Aériens,) de voorloper van het op 23 mei 1923 opgerichte Sabena (Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne.)  Een week na de oprichting van SNETA werd een testvlucht georganiseerd waarbij twee passagiers met een afgeschreven Duitse bommenwerper van Brussel naar London werden gebracht en via Parijs terug naar Haren werden gevlogen.  De vlucht duurde zeven en een half uur, op die tijd vliegen we nu naar New York. Stilaan werden lijndiensten opgestart tussen Brussel en de Franse en Britse hoofdstad.  De militaire overheid gedoogde de burgeractiviteiten op haar terrein.  Het militair deel van het vliegveld is vooral bekend als Evere, het burgerlijk deel lag volledig op het grondgebied van Haren.

De eerste passagiers die op Haren vertrokken, kwamen samen in een houten barak aan de kant van de Haachtsesteenweg.  Typisch voor België werd er onmiddellijk een café bijgebouwd waar de bezoekers een frisse pint konden drinken.  Naast de houten barak werd een eerste stenen Aérogare gebouwd die vooral de administratieve diensten huisvestte.  De enige grote houten loods voor de burgervliegtuigen brandde uit op 27 september 1921, omdat een deel van de SNETA-vloot mee in de vlammen opging moesten heel wat lijndiensten worden opgeschort.  Er werd een aanvang genomen met de constructie van stenen vliegtuigloodsen.  Deze waren erg groot waardoor de toch nog frêle vliegtuigen in de winter konden binnen gestald worden.  

In augustus 1923 werd een eerste radiocentrum ingehuldigd.  Sabena kreeg in december 1923 de toelating voor de bouw van een nieuwe luchthaventerminal.  Nabij de loodsen vertrok op 12 februari 1925 de Sabena Handley Page W8f O-BAHO  "Princesse Marie-José" voor een eerste Congovlucht.  Een week nadat Charles Lindbergh met zijn "Spirit of St.-Louis" van New York naar Parijs was gevlogen, landde hij op het Harense vliegveld.  De held werd in Brussel ontvangen door Koning Albert I en Koningin Elisabeth.  Een dag later vertrok hij naar het Engelse Croydon.

Het luchtverkeer bleef gestadig groeien en op 29 september 1929 werd de nieuwe luchthaventerminal in gebruik genomen.  Hoewel Haren nog een grasbaan had, werd voor het luchthavengebouw een betonnen platform gegoten, passagiers moesten niet meer door het slijk naar hun vliegtuig.  In de beginjaren van onze burgerluchthaven was er trouwens geen sprake van een heuse startbaan, op het grote grasveld werd gewoon tegen de wind opgestegen.  In het midden van het plein was een windroos getekend en een rookpot gaf de windrichting aan.  Zelfs zweefvliegtuigen konden in de dertiger jaren nog gebruik maken van Haren.  Net zoals het huidige Zaventem trok ook Haren nieuwe bedrijven aan zoals Poncelet, Renard en SABCA.

Naast Sabena gebruikten midden jaren dertig verschillende internationale luchtvaartmaatschappijen onze nationale luchthaven : Imperial Airways, Air France, KLM, Deutsche Lufthansa (tot juni 1933 Deutsche Luft Hansa,) Hillman's Airways (naar Londen met een tussenstop in Het Zoute) en British Continental Airways.  Pooling en nauwe samenwerking van luchtvaartmaatschappijen waren ook in die dagen de gangbare praktijk.  Op Haren begon men te spreken van modernisering en uitbreiding, vooral nu het vliegveld bijna meer dan 45.000 bewegingen op jaarbasis telde (in 2005 zijn er dat 252.000.)  Op 23 februari 1935 vertrok de eerste regelmatige lijndienst naar Congo, tien jaar na de legendarische trip van pionier Thieffry en zijn bemanning.  Van een volledige modernisering van de Harense infrastructuur zou geen sprake meer zijn.  Op 10 mei 1940 vielen immers Duitse troepen België binnen en een week later werd het vliegveld bezet.

Melsbroek
Na de invasie begonnen de Duitsers al vlug met de bouw van een vliegveld op het grondgebied van Melsbroek, nabij het Belgische militaire reservevliegveld "Steenokkerzeel."  Waar tot in september 1940 nog een heuse windmolen stond, verscheen de nieuwe Fliegerhorst Melsbroek.  In maart 1943 kon de Luftwaffe al gebruik maken van drie verharde startbanen.  Na de bevrijding (3 september 1944) werden dezelfde banen gebruikt door ondermeer Spitfires, Typhoons, Wellingtons, Mosquito's en Mitchells.  Het dorp van Melsbroek had wel gekreund onder de bommen, op 10 april 1944 waren 21 onschuldige burgers gestorven in een bombardement.  

Heel wat van de Duitse infrastructuur van Melsbroek was na de vijandelijkheden in handen van de Britten gevallen en precies in die gebouwen zou de burgerluchtvaart zich vlak na de oorlog gaan vestigen.  De eerste naoorlogse passagiers waren o.a. Britse krijgsgevangenen op weg naar hun vaderland.  Ze werden getransporteerd door omgebouwde B-17 -bommenwerpers van het Zweedse ABA (Aktiebolaget Aerotransport,) de zogenaamde Felix-flights.

Het zwaartepunt van de burgerluchtvaart zou zich na de Tweede Wereldoorlog verplaatsen van Haren naar Melsbroek.  Onderhoud van Sabena-vliegtuigen zoals de DC-4 bleef nog tot begin vijftiger jaren op Haren.  Om met passagiers te vertrekken reden de vliegtuigen dan op kilometerslange taxiweg van Haren naar Melsbroek, soms vlogen ze leeg tussen beide luchthavens.  Tussen 1947 en begin 1949 verlieten alle regelmatige luchtvaartmaatschappijen Haren en ze vestigden zich op Melsbroek.  De burgerluchthaven van Melsbroek werd op 20 juli 1948 officieel geopend door de Prins Regent.

De Regie der Luchtwegen (RLW,) opgericht op 20 november 1946, heeft zeer hard gewerkt om België na de Tweede Wereldoorlog een burgerluchthaven met internationale allure te bezorgen.  Al gauw landden hier trendsetters als Pan American World Airways (PAWA.)  Nieuwe vliegtuigloodsen werden gebouwd aan de kant van de Haachtesesteenweg (Fromson/Herpain, nu gebruikt door de 15 Wing Luchttransport) en vanaf eind veertiger jaren reeds op het grondgebied van Zaventem (Strabed, nu in gebruik door DHL en SN Technics.)  In het jaar 1950 maakten 240.000 passagiers gebruik van Melsbroek, datzelfde aantal vertrekt anno 2006 in één week vanop Brussels Airport.  Vanaf 1951 werden reeds rondleidingen georganiseerd voor een steeds grotere groep geïnteresseerden, het waren de voorlopers van de BIAC Guided Tours.  Een rondleiding duurde zowat een uur en werd vooraf gegaan door de vertoning van een film in een eigen bioscoopzaal.  Vele bezoekers kwamen op het terras van Moeder-Avia een Geuze-Lambic drinken bij een boterham met platte kaas.  Een reuzefles Lambic kostte toen 20 Belgische Franken, inclusief de fooi.    

Op 15 mei 1955 huldigde de jonge Koning Boudewijn de spoorwegverbinding in tussen het stadscentrum van Brussel en Melsbroek waarna de "Bwana Kitoko" vertrok op zijn eerste triomfantelijke Congoreis.  We waren beslist de eerste luchthaven waar sprake was van een vrijwel perfecte integratie tussen het spoor- en luchtverkeer.  Passagiers konden zich laten registreren in de Sabena Air Terminus aan het Centraal Station, tot aan hun vliegtuig sporen en aan boord stappen van hun propliner zonder zich zorgen te maken om hun bagage.  Daarnaast had Sabena ook een helikopternetwerk uitgebouwd dat passagiers tot in het centrum van Brussel bracht, tot op de helihaven van de Groendreef of tot bij de wereldtentoonstelling.  

Zaventem
In 1956 besliste de toenmalige Minister van Transport Edward Anseele om een nieuwe luchthaven te bouwen, Melsbroek begon te klein te worden en zou de stroom toeristen voor de Wereldexpo van 1958 niet kunnen slikken.  De grondwerken begonnen in april 1956 en vele huizen werden onteigend voor de expansie van de luchthaven.  Op 30 mei 1958 werd het nieuwe luchthavencomplex door Anseele officieel overgedragen aan de RLW.  De prachtige vertrekhal was een constructie van het architectentrio Maxime Brunfaut, Géo Bontinck en Joseph Moutschen.  Om de Belgische kerk in het midden te houden werd gekozen voor respectievelijk een Brussels, Vlaams en Waals architect.  Op de terrassen van twee pieren konden wandelaars tot vrijwel vlakbij de vliegtuigen komen en nonkel-paters uitwuiven die naar de kolonie vertrokken.  Begin jaren zestig was ik nog een dreumes toen mijn vader vijf Belgische Franken neertelde voor mijn toegangskaartje tot de terrassen.

Startbanen en loodsen werden aangepast aan de noden van het straaltijdperk.  De eerste Sud-Est SE.210 Caravelle (F-BHHH) was reeds op 25 juli 1956 op Melsbroek geland.  Toen Sabena in december 1955 bestellingen plaatste voor de Boeing B707 was het duidelijk dat de luchthaven langere startbanen nodig had.  Nieuwe loodsen moesten onderdak bieden aan de straalvliegtuigen.  Loods 40 werd in gebruik genomen op 10 december 1964.  Een vrijdragende dakconstructie overdekte een oppervlakte zo groot als de Grote Markt van Brussel.  In mei 2006 brandde deze loods volledig uit.

Tot nu toe gebeurde nabij de Nationale Luchthaven slechts één dramatisch ongeval met een lijnvliegtuig.  Een monument in Berg (Kampenhout) herinnert ons aan het ongeval met de Sabena Boeing B707 op 15 februari 1961. Daarbij kwamen 61 passagiers, 11 bemanningsleden en een landbouwer om het leven.  

Op 2 juli 1970 landde de eerste Jumbo Jet op Zaventem. Toen de "Clipper Red Jacket" van Pan American parkeerde in de buurt van de toenmalige zuidpier had zowat de hele luchthavengemeenschap zich rond het vliegtuig verzameld.  Voor de groeiende zakenluchtvaart stelde de RLW sinds 1972 een eigen terminal ter beschikking.  Op 25 juni 1973 werd een satellietgebouw in gebruik genomen dat Zaventem ademruimte moest geven voor het steeds groeiend aantal breedrompvliegtuigen.  In vergelijking met het luchthavengebouw van 1958 werd de capaciteit nu opgedreven van 6 tot 8 miljoen passagiers per jaar.  Jumbo's van Braniff International en People Express brachten het intercontinentaal reizen binnen het bereik van de rugzaktoerist.  Eind 1979 werd Brucargo in gebruik genomen, de 25 vierkante meter die de vracht in 1924 toegewezen kreeg in Haren is anno 2006 uitgegroeid tot een cargocomplex van meer dan honderd hectare.  Loods 41, geschikt voor Jumbo's, werd in april 1983 in gebruik genomen.

Het Master Plan dat voormalig Verkeersminister Herman De Croo op 22 januari 1985 voorstelde moest de basis worden voor de modernisering van de luchthaven.  Zijn project "Zaventem 2000" zou leiden tot op oprichting van BATC (Brussels Airport Terminal Company,) BIAC (Brussels International Airport Company) en Belgocontrol.  Op 22 juni 1987 werd de eerste steen gelegd van het verkeersleidingscentrum CANAC (Computer Assisted National Air Traffic Control Center.)
BATC bouwde een nieuwe terminal die aan het gebouw van 1958 werd verbonden en een 650-meter lange B-pier (niet-Schengen.)  Dit nieuwe complex werd op 12 december 1994 plechtig geopend door Koning Albert II.  BIAC kreeg in december 1998 de bouwtoelating voor de A-pier (Schengen) die op 16 mei 2002 officiëel werd ingehuldigd door Prins Filip.  De veiligheid van het luchtverkeer wordt gegarandeerd door een hypermoderne verkeerstoren die in 2004 in gebruik genomen werd door Belgocontrol. Een rijk luchtvaartverleden vormt de basis van Brussels Airport, die na de gebeurtenissen van 9/11 en het verlies van Sabena terug opklom tot de sterk groeiende internationale luchthaven die zij vandaag geworden is. Tijdens de voorbije jaren werd de luchthaven door diverse instanties (waaronder ACI/IATA/AETRA) uitgeroepen als Beste Luchthaven van Europa.

Op 19 oktober 2006 kreeg de luchthaven een geheel nieuwe uitstraling door het invoeren van een nieuwe merknaam en logo.    


Frans Van Humbeek

De auteur van deze tekst vervult sedert vele jaren een actieve operationele loopbaan bij AviaPartner, één van de handling agents op deze luchthaven. De geschiedenis van onze luchthaven is zijn passie, en van zijn hand verscheen het uitzonderlijk historisch overzicht Brussels Airport.  The history of Haren, Melsbroek and Zaventem.  Frans Van Humbeek.  Uitgeverij Het Streekboek, 2002, Nieuwkerken-Waas.

Disclaimer - © Brussels Airport Company